u bent hier: vlaanderen.be/evc → over EVC → woordenboek
Deze pagina neemt begripsverklaringen op in verband met EVC. Ze helpen om de ontwikkelingen rond EVC juist te interpreteren en om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen. De begrippen ondersteunen de praktijk. Daarom kiest onderstaande lijst voor:
Het inschatten van de competenties van een individu aan de hand van vooropgestelde criteria. Assessment leidt naar erkenning en certificering.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
zie assessment
Samenhangend geheel van taken met bijbehorende competenties waarover een maatschappelijke consensus bestaat, en waarbij abstractie wordt gemaakt van organisatie- of bedrijfsspecifieke kenmerken.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Geheel van competenties, afgeleid uit een beroepscompetentieprofiel, minimaal noodzakelijk om een welbepaalde beroepsactiviteit te kunnen uitvoeren.
decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. 30 april 2004.
Een afgerond geheel van competenties die een beroepsbeoefenaar in een bepaalde context hanteert om (de) verwachte resultaten op de werkvloer te realiseren.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Het bewijs dat een student op grond van EVC’s of EVK’s de competenties heeft verworven eigen aan:
Bedoeld bewijs betreft een document of een registratie.
decreet van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. 30 april 2004.
Het uitreiken van een bewijs dat formeel bevestigt dat een competentieset verworven door een individu beoordeeld en erkend is geworden door een competent orgaan, op basis van een vooraf vastgelegde standaard.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
De toegang tot bijkomende of aanvullende vormen van leren, onderwijs en opleiding of tot een beroep.
De Vlaamse kwalificatiestructuur. Een eenduidige ordening van kwalificaties voor levenslang leren en competentieontwikkeling. Herwerkte discussienota. 31 mei 2008.
De bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten. In het hoger onderwijs worden competenties domeinspecifieke leerresultaten genoemd.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een afgerond geheel van competenties die een persoon in een bepaalde maatschappelijke context hanteert om (de) te verwachten resultaten in die maatschappelijke rol te realiseren en waarvoor geen beroepscompetentieprofiel bestaat of ontwikkeld zal worden.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een afgerond geheel van competenties met maatschappelijke relevantie waarvan de Vlaamse regering beslist dat ze aan inhoudelijke en vormelijke kwaliteitseisen voldoet en waarvoor een bewijs kan worden uitgereikt.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Bevestiging door een competent orgaan dat de competenties van een individu verworven in een niet-formele of informele context beoordeeld zijn op basis van vooraf vastgelegde criteria en in overeenstemming met een standaard. Erkenning leidt naar certificering.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
De mogelijkheid om zijn kennen, kunnen en attitudes te laten erkennen, onafhankelijk van de context waarin hij deze kennis, vaardigheden en attitudes verwierf. EVC-procedures bieden een alternatief parcours om een bewijs van erkenning te verkrijgen, buiten het traditionele onderwijs- en opleidingscircuit.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Een eerder verworven kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg wordt doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instellingen en opleidingen waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden.
decreet van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. 30 april 2004.
Het bewijs uitgereikt door een bevoegde instantie nadat een procedure van herkenning, beoordeling en erkenning heeft plaatsgevonden waarbij vastgesteld werd dat de betrokken persoon beschikt over de ten aanzien van een bepaald beroep of deelberoep vastgelegde competenties.
(juridisch) titel van beroepsbekwaamheid
decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. 30 april 2004.
Een referentie-instrument voor de beschrijving en vergelijking van kwalificatieniveaus in kwalificatiestructuren ontwikkeld op nationaal, internationaal of sectoraal niveau.
CEDEFOP (2008). Terminology of European education and training policy. A selection of 100 key terms.
Een procedure waarmee iemand zijn of haar competenties kan laten erkennen. Deze procedure bestaat uit maximaal drie stappen: herkennen, beoordelen en erkennen. Het doorlopen van een EVC-procedure kan leiden tot een formele erkenning, met bewijs van de competenties, ongeacht de wijze waarop deze verworven werden.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Een leerproces dat plaatsvindt in een georganiseerde en gestructureerde omgeving (in een school, opleidingscentrum of op de werkplek) en uitdrukkelijk als leren wordt aangeduid (in termen van doelstellingen, tijd of middelen). Formeel leren is een bewuste keuze vanuit het standpunt van de lerende. Het leidt doorgaans tot een certificering.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Het vaststellen en zichtbaar maken van individuele competenties. Herkenning resulteert niet in certificering, maar kan er wel de basis voor zijn.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Een leerproces dat voortvloeit uit de dagelijkse activiteiten die verband houden met het werk, het gezin of de vrijetijdsbesteding. Dit leren wordt niet georganiseerd of gestructureerd in termen van doelstellingen, tijd of leerondersteuning. Informeel leren gaat in de meeste gevallen niet uit van een initiatief van de lerende. Doorgaans leidt het niet tot een certificering.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Een afgerond en ingschaald geheel van competenties.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu heeft behaald. Het bewijs geeft aan om welke kwalificatie(s) het gaat en bevat een verwijzing naar een niveau van het Vlaamse kwalificatieraamwerk.
decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Het decretaal vastgelegde instrument voor het systematisch beschrijven en inschalen van kwalificaties, opgebouwd uit niveaus en niveaudescriptoren.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
De systematische ordening van erkende kwalificaties op basis van een algemeen geldend kwalificatieraamwerk.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een bewijs dat wordt uitgereikt bij het succesvol beëindigen van een afgerond geheel van onderwijs-, vormings- of opleidingsactiviteiten nadat door middel van een toets werd nagegaan of de voorafbepaalde competenties verworven zijn.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Zie Competenties
Leren dat ingebed is in geplande activiteiten die niet uitdrukkelijk als leren bestempeld worden (in termen van leerdoelstellingen, leertijd of leerondersteuning), maar die een belangrijk leerelement omvatten. Niet-formeel leren is vanuit het standpunt van de lerende een bewuste keuze. Het leidt doorgaans niet tot een certificering.
CEDEFOP & European Commission Education and Culture DG. (2009). European Guidelines for validating non-formal and informal learning.
Een afgerond en ingeschaald geheel van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
Een persoonlijk werkinstrument waarmee individuen hun competenties herkennen en documenteren. Het kan gebruikt worden ter ondersteuning van het individu in zijn of haar verdere studieloopbaan, bij loopbaanontwikkeling op de arbeidsmarkt en/of persoonlijke ontplooiing. Het kan ook gebruikt worden als instrument in het erkenningsproces van verworven competenties.
decreet betreffende de kwalificatiestructuur. 22 april 2009.
De opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel of een deel ervan, examen af te leggen.
decreet van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. 30 april 2004.